Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

De vijf meest hardnekkige misverstanden over warmtenetten

do 23 jan 2020

Wanneer we als Nederland de ambitieuze klimaatdoelstellingen van 2050 willen halen, moeten we flink aan de bak met verduurzaming. Van het gas af is een van de maatregelen die een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan het behalen van deze doelen.

Hoe dat dan moet, daarover wordt nu hard nagedacht. Voor het verwarmen van onze avondmaaltijd kunnen we relatief gemakkelijk switchen naar elektriciteit (voor wie dat nog niet gedaan had), maar het verwarmen van huizen en kantoren is een grotere uitdaging. Elektrische verwarming en warmtepompinstallaties worden vaak genoemd als alternatief.

Wat veel mensen nog niet weten, is dat er nog een alternatief is voor gasverwarming. Eén die al decennialang mee gaat en bewezen effectief is: het warmtenet, ooit ook wel bekend als ‘stadsverwarming’. Het warmtenet wint nu rap terrein als een van de meest haalbare én realistische opties om Nederland snel van het gas af te krijgen. Omdat een warmtenet de vraag kan bundelen van veel verschillende huishoudens, is het een relatief kosteneffectieve manier om duurzame warmtebronnen te benutten. Daarnaast leveren warmtenetten over het algemeen hogere temperaturen, waardoor aansluiten van bestaande bouw zonder grote aanpassingen aan de woningen kan gebeuren.

Er bestaan nog wel een paar misverstanden over deze manier van verwarmen - misschien wel vanwege de lange historie van warmtenetten. Erik Stronk, algemeen directeur van Ennatuurlijk, zet de vijf meest hardnekkige op een rijtje.

1. Warmtenetten zijn afhankelijk van één bron

Het misverstand: een belangrijk nadeel waar warmtenetten doorgaans mee te maken hebben, is dat deze worden gevoed door slechts één enkele aanbieder - denk aan een biomassacentrale of een productie- of afvalverwerkingsbedrijf. Het bedrijf dat deze warmte levert, moet te allen tijde draaien om te voorkomen dat bewoners in de winter over onvoldoende warm water beschikken. Maar wat gebeurt er als dit bedrijf failliet gaat, of als processen stil komen te liggen?

Hoe het eigenlijk zit: natuurlijk is het geen optie om zonder warmte te zitten. Daarom hebben alle warmteleveranciers een leveringsplicht; ze zijn dus wettelijk verplicht om warmte te leveren. Bij de aanleg van een warmtenet wordt daarom altijd gekeken of er voldoende lokale warmtebronnen beschikbaar zijn en in hoeverre deze bronnen toekomstbestendig zijn. Daarnaast zorgen piek- en back-up voorzieningen voor een constante toevoer van warmte. Veel van deze voorzieningen leveren hun warmte nu nog op basis van aardgas, maar dat verschuift. Zo komt het regelmatig voor dat warmtenetten, die nu nog aardgas gebruiken als primaire bron, overstappen op biomassa. Op de langere termijn zien we dat aardwarmte een steeds vaker gebruikte primaire bron van warmte wordt. De biomassacentrale die het aardgas in eerste instantie verving, kan vervolgens (met de nodig aanpassingen en in combinatie met warmteopslag) als piek- en back-upvoorziening ingezet worden. Daarmee wordt het warmtenet volledig aardgasloos. Er zijn nog andere piekbronnen die aardgas kunnen vervangen, zoals centrale waterstof of elektrische ketels en grootschalige opslag van warmte. Op die manier worden er duurzame en toekomstgerichte maatregelen getroffen om continu in warmte te kunnen voorzien.

2. Warmtenetten zijn te duur

Het misverstand: warmte via een warmtenet is veel duurder dan een gasaansluiting.

Hoe het eigenlijk zit: in Nederland geldt het ‘Niet-Meer-Dan-Anders’ principe. In de Warmtewet staat opgenomen dat de prijs voor warmte via het warmtenet niet hoger mag zijn dan de kosten voor aardgas (de kosten voor de cv-ketel en de gasprijs). Dit idee is ontstaan om de consument te beschermen, zodat de prijs nooit boven de kosten van het alternatief (aardgas) uitstijgt.

Jaarlijks leggen warmteleveranciers de warmteprijs vast die aan de gebruikers wordt gecommuniceerd. Bij het maken van de vergelijking tussen aardgas en het warmtenet moeten leveranciers rekening houden met verschillende zaken. Zo worden vaak individuele tariefcomponenten met elkaar vergeleken, terwijl de Warmtewet rekent met gemiddelden. Om een goede vergelijking te kunnen maken, moet je daarom de totale kosten in vergelijkbare situaties op hetzelfde moment naast elkaar leggen. Daarbij moet onder meer rekening gehouden worden met kosten van de aanschaf en het onderhoud van een cv-ketel. Dit zijn kosten die bij warmte op basis van gas apart meegenomen worden, terwijl deze kosten bij aansluiting op een warmtenet automatisch opgenomen worden in de maand/jaarafrekening.

Je betaalt dus niet extra voor een warmtenet vergeleken met gasverwarming, dat is in de wet vastgelegd.

3. Overstappen is niet mogelijk

Het misverstand: warmtenetten worden over het algemeen op wijk- of stadsniveau aangelegd; één leverancier voorziet vervolgens alle aangesloten huishoudens van warmte. Overstappen naar een andere leverancier is hierbij niet mogelijk, simpelweg omdat er geen andere leverancier beschikbaar is binnen het warmtenet. Leveranciers krijgen hierdoor dus een monopolie op hun leveringsgebied, waarvan gedacht wordt dat dit samengaat met stijgende prijzen.

Hoe het eigenlijk zit: deze misperceptie is voornamelijk het resultaat van een vergelijking tussen gas- en elektraleveranciers en leveranciers van warmte. Een onterechte vergelijking, want het leveren van warmte is niet een-op-een vergelijkbaar met het leveren van stroom of gas. De voorzieningen om deze laatstgenoemde te leveren zijn in Nederland namelijk aangelegd door onafhankelijk bedrijven zonder winstoogmerk – zij beheren dus de infrastructuur. Bij het leveren van warmte is de leverancier verantwoordelijk voor de hele keten. Dat wil zeggen van de bron, tot de aanleg van het net en tenslotte ook de levering bij de consument thuis. Het leveren van warmte is daardoor een totaal andere branche die de nodige expertise van de leverancier verlangt. In een recente kamerbrief van Minister Wiebes over de Warmtewet 2.0 onderschrijft hij dit verschil, en daarmee ook de integrale aanpak, die nu gehanteerd wordt bij het leveren van warmte via een warmtenet.

4. Aansluiting op het warmtenet is verplicht

Het misverstand: als je in een wijk met een warmtenet woont, dan ben je verplicht om warmte via deze manier af te nemen.

Hoe het eigenlijk zit: eigenaren van koopwoningen mogen altijd zelf beslissen of ze een aansluiting willen op een warmtenet; dat geldt zowel voor bestaande woningen als voor nieuwbouwwoningen. Voor huurwoningen die zijn aangesloten op een warmtenet geldt over het algemeen wel een verplichting. Daar beslist de verhuurder als eigenaar van de woning over de warmtevoorziening.

Deze verplichting heeft een reden. Het aanleggen van een warmtenet is een grootschalige operatie. Door grote gebouwencomplexen met meerdere woningen of complete wijken met huurwoningen aan te sluiten op een warmtenet, kunnen woningbouwcorporaties een grote stap zetten in de verduurzaming van hun woningaanbod. In veel gevallen wordt de omschakeling van gas naar warmte dan als onderdeel van een grootschalige renovatie meegenomen.

Om deze overstap te realiseren is er wel instemming van de bewoners nodig. Is 70% van de bewoners het eens met de overgang naar duurzame warmte? Dan kan deze daadwerkelijk gerealiseerd worden. Op die manier krijgen bewoners dus inspraak in de keuze voor een duurzame manier van verwarmen.

5. De herkomst van de warmte is niet duurzaam

Het misverstand: warmtenetten zijn dan wel een collectieve warmtevoorziening, maar dat betekent niet dat deze manier van verwarmen ook duurzaam is. Het kan best zo zijn dat de bron van deze warmte fossiele brandstof is.

Hoe het eigenlijk zit: een belangrijke bron van warmtenetten is restwarmte uit de industrie. Nederland telt veel energie-intensieve bedrijven waardoor er ook voldoende restwarmte beschikbaar is. Denk hierbij aan de warmte die gegenereerd wordt door datacenters of de procesindustrie: deze restwarmte is ideaal bruikbaar voor warmtenetten omdat de warmte anders verloren gaat. Ook aardwarmte, warmte uit oppervlaktewater of warmte uit afvalwaterzuivering zijn duurzame keuzes.

Helaas zijn er nog altijd warmtenetten die werken op gas of kolen, maar dat is in rap tempo aan het afnemen. Steeds meer warmtenetten maken gebruik van een duurzame bron.

Gelukkig bestaat er certificering om de duurzaamheid van een warmtebron te garanderen, zoals – in het geval van biomassa – de NTA 8080-certificering. Wanneer je een dergelijke certificering ontvangt, is duurzaamheid in de gehele keten gewaarborgd en wordt dit voortdurend gemonitord.

Reacties

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren