Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

Aardgasvrij wonen in Rotterdam
Puzzelen aan een rechtvaardige kostenverdeling
Petra Smulers

do 6 februari 2020
artikel

Over dertig jaar wonen alle Rotterdammers aardgasvrij. Zo stelt het Klimaatakkoord. Het aanleggen van een duurzaam energiesysteem is één ding, een eerlijke verdeling van de kosten een tweede. Hoe zorgen we dat iedereen meekan in de transitie? De gemeente staat voor een ingewikkelde opgave, vooral omdat duidelijke spelregels vanuit het Rijk nog ontbreken.

Rotterdam heeft op dit moment nog ongeveer 263.000 aardgasaansluitingen, die voor 2050 vervangen moeten worden door iets anders. Dat betekent dat de gemeente al deze huishoudens en bedrijven op tijd moet benaderen met een alternatief voor aardgas. Het doel is alle bewoners een duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar én rechtvaardig aanbod te doen. Maar de transitie naar aardgasvrij wonen moet óók uitvoerbaar zijn voor de gemeente. Een complexe puzzel, die samen met energieleveranciers, woningcorporaties, huiseigenaren en huurders moet worden opgelost.

Voorkeur voor stadsverwarming

Rotterdam heeft veel havenwarmte. Uit het Regionaal Energieperspectief blijkt dat er in de toekomst een tekort is aan schone elektriciteit en een overschot aan schone warmte. Zelfs na de verduurzaming van de haven zal er restwarmte beschikbaar blijven, die kan worden ingezet voor stadsverwarming. Daarom kiest de gemeente ervoor de beschikbare bronnen in te zetten op de plekken waar ze nodig zijn. Elektriciteit gebruiken voor verlichting en (het opladen van) apparaten en elektrische auto’s, en het verwarmen van gebouwen zo veel mogelijk met (rest)warmte.

Oplossing op wijkniveau

Onderzoek van de gemeente resulteerde in de WAT-kaart van Rotterdam, die per wijk de beste energieoplossing aangeeft. Voor veel Rotterdamse wijken blijkt aansluiting op het warmtenet een goedkoper alternatief dan een volledig elektrische oplossing. De reden is dat all electric een heel goed geïsoleerde woning vereist. Voor bijna alle huizen die zijn gebouwd vóór 2000, betekent het een enorme investering om dit hoge isolatieniveau te bereiken en de warmte-installaties aan te passen. De gemeente Rotterdam ziet op dit moment dat die investering te hoog is om terug te verdienen. Een warmtenet in combinatie met kostenefficiënt isoleren is een goedkopere optie op wijkniveau en maakt gebruikt van de beschikbare schone energie in de regio. Tussen nu en 2050 moet Rotterdam gemiddeld per jaar ongeveer 8.000 woningen aansluiten op het warmtenet om aardgasvrij wonen te realiseren. Dat betekent de aanleg van 40 kilometer aan energie-infrastructuur per jaar.

Flexibel energiesysteem

Rotterdam wil het energiesysteem flexibel inrichten en niet op één paard wedden. Naast warmte en elektriciteit zijn groengas, waterstofgas en biogas duurzame alternatieven. Maar deze energiedragers zijn nog beperkt beschikbaar en wil de gemeente liever reserveren voor hoogwaardig gebruik. Bijvoorbeeld voor industriële processen waarbij zeer hoge temperaturen vereist zijn. Maar ook voor huizen die zo verspreid liggen dat een aansluiting op een warmtenet geen optie is en het elektrisch verwarmen (technisch en economisch) niet haalbaar is. Bovendien kan duurzaam gas gebruikt worden voor opslag en omvorming.

"Iedereen moet de kans krijgen om mee te gaan in de energietransitie"

Inclusiviteit voorop

Inclusiviteit is een speerpunt in Rotterdam: iedereen moet de kans krijgen om mee te gaan in de energietransitie. Dat houdt in dat de gemeente initiatieven van bewoners en bedrijven wil steunen en parallel ook regie voert om zo een betaalbare propositie neer te leggen bij bewoners. Aardgas is nu nog goedkoper en dat moedigt mensen niet aan om de overstap te maken. Bewoners moeten inzien dat als ze nú investeren in de woning, dat in de toekomst grote voordelen oplevert. Zowel voor het klimaat als voor hun eigen portemonnee: een lagere energierekening. Een probleem is dat niet alle bedrijven en particuliere huiseigenaren de middelen hebben om zelf te investeren in nieuwe installaties, zonnepanelen of isolatie van de woning en daardoor buiten de subsidieregelingen vallen. Deze groep blijft op termijn met een hogere energierekening zitten, terwijl anderen profiteren van hun investering. Het Rijk onderzoekt mogelijkheden voor bijvoorbeeld voorfinanciering tegen een relatief lage rente en met een lange looptijd. Daarnaast is er de wijkgerichte aanpak, waarbij vooraf rekening wordt gehouden met de financiële draagkracht van een wijk. Goede initiatieven, maar omdat de wet- en regelgeving nog in ontwikkeling is, biedt dit de gemeente vooralsnog weinig houvast.

Zonnepanelen op daken. Foto Eric Fecken

Proeftuin Heindijk

Rotterdam wacht niet af. In vijf wijken is een pilot gestart om de huizen aardgasvrij te maken. De wijk Heindijk in IJsselmonde is de eerste proeftuin waar de aanleg van het warmtenet de komende jaren wordt uitgevoerd. De gemeente deed de huiseigenaren in Heindijk het volgende aanbod: betaal zelf een aansluitbijdrage van 1.500 euro, dan dekt de gemeente de overige kosten. De ombouw zal per woning gemiddeld 14.000 euro gaan kosten. Er gaat dus veel geld in de pilot zitten en het spreekt voor zich dat de gemeente deze investering niet voor alle woningen in de stad kan gaan doen. Daar is simpelweg geen geld voor. De pilot is bedoeld om antwoord te vinden op vragen en te onderzoeken hoe andere wijken zo efficiënt en betaalbaar mogelijk verduurzaamd kunnen worden.

Wie moet wat betalen?

De energietransitie vraagt om een visie van het Rijk op wie wat moet betalen. De kosten voor de aansluiting op het warmtenet verschillen per woning. Rotterdam heeft er in de eerste gebiedsaanpak voor gekozen een vaste eigen bijdrage aan de eigenaar-bewoners te vragen en het verschil bij te leggen. Daardoor merkt de eigenaar niks van het verschil in kosten per gebouw. De vraag blijft: wat is eigenlijk de rol van de overheid in de aanleg van de warmte infrastructuur?

"Het rendementsvraagstuk vraagt om duidelijke spelregels in de wetgeving"

Niet meer dan anders

Warmteleveranciers zijn verplicht zich te houden aan het ‘niet meer dan anders’-principe: de warmteklant betaalt niet meer dan de aardgasklant. In Rotterdam zijn afspraken gemaakt met de warmtebedrijven dat ze onder ‘niet meer dan anders’ blijven. Het manco van dit principe is dat het een gemiddelde is en ertoe kan leiden dat bewoners denken: maar onder de streep kost het mij wél meer dan anders. Daarnaast is er nog de hoogte van de aansluitbijdrage die wordt gevraagd bij de overstap van aardgas naar warmte. Deze wordt mede bepaald door de rendementspercentages die warmtebedrijven redelijk achten. Die aansluitbijdragen zijn fors. Als een bedrijf bijvoorbeeld een warmtenet aanlegt voor honderd aansluitvragen en het duurt dertig jaar voor alle huizen zijn aangesloten, is dat een behoorlijk volloop risico voor de businesscase. Logisch dat deze bedrijven niet op een laag rendement inzetten. Hoe hoger de aansluitkosten, hoe hoger het bedrag aan subsidie dat de gemeente moet bijleggen om een goed aanbod aan de bewoner te kunnen doen. De grote discussie is: wat is een redelijk rendement in relatie tot de risico’s die er zijn en wie dragen dan die risico’s? Op dit moment ziet de gemeente Rotterdam dat het rendements- en risicovraagstuk een marge van wel 20 tot 50 procent kan opleveren.

Publieke belangen

De energietransitie van de gebouwde omgeving moet onder de streep aantrekkelijk zijn voor alle betrokken partijen: bewoners, marktpartijen en de gemeente die het publieke belang wil dienen. De markt reageert op de vraag, op wat aantrekkelijk is om winst te maken. Dat is terecht. Maar bij de energietransitie gaat het niet alleen om marktdenken, er staan grotere belangen op het spel, zoals de betaalbaarheid en rechtvaardigheid voor iedereen en ook de klimaatdoelstellingen. De gemeente onderzoekt momenteel hoe de kosten van de energietransitie ook voor lagere inkomensgroepen acceptabel blijven. En wat er nodig is om de volgende gebiedsaanpakken mogelijk te maken. De vraag dringt zich op: moeten we de koppeling aan de aardgasprijs niet loslaten als we aardgasvrij willen worden?

Windmolens. Foto Joep Boute

Innovaties aanjagen

Uiteindelijk zal het Rijk via wetgeving een aantal spelregels moeten vaststellen, die leiden tot een betaalbare transitie voor iedereen. De gemeente Rotterdam heeft de beweging alvast ingezet. Door wijken aan te wijzen die overgezet kunnen worden op warmte, maar ook door in gesprek te gaan met huiseigenaren - en bewoners. De investering in pilots, zoals in Heindijk, leveren de gemeente veel kennis op over de aard van de werkzaamheden en geven inzicht in wat er nodig is om de transformatie vorm te geven. Niet alleen technisch, maar ook financieel en communicatief. Elk huis en elke bewoner is anders. Een pijpleiding aanleggen is in de ene woning zo gebeurd, maar in een andere woning loop je tegen obstakels aan. Hoe kun je slim gebruik maken van leidingen die al aanwezig zijn? Kan een leiding via de dakgoot lopen? Hoe bereik je dat de installatie binnen één dag plaatsvindt, zodat de bewoners zo min mogelijk overlast hebben? Oefening baart kunst en de gemeente wil innovaties aanjagen die bij volgende gebiedsaanpakken de kosten kunnen verlagen. Daarnaast krijgt de gemeente meer inzicht in de ervaring en wensen van bewoners. Wat vinden ze van de aanpak? En van de informatievoorziening? Waar lopen ze zelf tegenaan? De kennis die in Rotterdam wordt verzameld, wil de gemeente graag delen met andere gemeenten en met het Rijk.

Leefbaarheid bewaken

Stilzitten is geen optie: dan gaat Rotterdam het niet redden om in 2050 aardgasvrij te wonen. Bovendien moet de stad ook leefbaar en bereikbaar blijven. Momenteel vervangt Rotterdam 40 kilometer riool per jaar. Het combineren van dit soort werkzaamheden met de infrastructuur voor het warmtenet, kan de overlast in de stad beperken en tegelijkertijd kostenvoordeel realiseren. Rotterdam wil voorkomen dat alles straks in korte tijd moet plaatsvinden, met als gevolg verkeersopstoppingen, en meer overlast voor bewoners en het bedrijfsleven.

Reacties

Henk Daalder - Pak de wind 06 februari 2020 16:54

Dit is een voorbeeld hoe de gemeente Rotterdam haar inwoners opzadelt met overbodige kosten, van onnodig dure verdienmodellen van de klimaatakkoord partijen. Dure warmtenetten die bewoners niet meer dan anders kosten. Maar er is een veel goedkoper alternatief De gemeente bouwt ook windparken, die voor 50% aan Rotterdamse burgers verkocht moeten worden. Door elk huishouden een kavel windpark voor eigen gebruik te laten kopen, kunnen zij hun eigen stroom opwekken. Door daar salderen aan toe te voegen, hebben de huishoudens hun stroom voor de kostprijs, 4 cent per kWh, dankzij salderen. Met die goedkope stroom kan elk huis huis aardgasvrij worden, met alleen een elektrische CV-ketel. Verder is geen verbouwing of warmtenet nodig. Door de lage stroomprijs, wonen huishoudens met een kavel duurzame opwek, warm voor de helft van de kosten van aardgas. 10 kWh (40 cent) is equivalent met 1m3 aardgas a 80 cent Dit past elk huis omdat de elektrische CV ketel hetzelfde hete water produceert als de gas CV-ketel Enige beperking is dat niet alle huizen in een wijk tegelijk over kunnen naar elektrische verwarming, ze moeten verspreid over de stad worden. Afhankelijk van de sterkte van de lokale netten. Omdat de klimaatakkoord partijen deze kosten effectieve aanpak blokkeren, ten gunste van dure Warmtenetten of ook dure warmtepomp verbouwingen, moet de ACM ingrijpen wegens het knevelen van consumenten

xMet het invullen van dit formulier geef je Energie+ en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren