Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

Michel Chatelin Energieakkoord belangrijke mijlpaal

di 10 september 2013

Het energieakkoord markeert een omslag in het denken over onze energievoorziening. Het meest waardevolle is dat aan het akkoord een brede consensus ten grondslag ligt die verder reikt dan een volgende kabinetsperiode. We worden minder afhankelijk van grote energiecentrales die draaien op fossiele brandstoffen. In 2020 zullen minimaal 1 miljoen huishoudens en MKB-bedrijven voor een substantieel deel via duurzame decentrale energie in hun eigen elektriciteitsvraag voorzien.

Een belangrijk onderdeel van het energieakkoord vormt de decentrale opwekking van hernieuwbare energie, de zogenaamde derde pijler. Per 1 januari 2014 wordt een belastingkorting van 7,5 cent per kWh ingevoerd voor hernieuwbare energie die in coöperatief verband of door een vereniging van eigenaren (VvE) wordt opgewekt en gebruikt door kleinverbruikers. De leden van de coöperaties en VvE’s en de installaties moeten zich in een ‘postcode­roos’ (viercijferige postcode plus aangrenzende postcodes) bevinden. Deze derde pijler geeft invulling aan de in­ten­sie­ve lobby die de afgelopen jaren is gevoerd om ook salderen van vóór de meter opgewekte stroom mogelijk te maken. Het resultaat is deze belastingkorting. Het succes staat of valt met de wijze van implementatie.

Leveranciers kunnen kosten die worden gemaakt om de kortingsregeling uit te voeren in rekening brengen bij de energiecoöperaties. Het is natuurlijk zaak deze kosten zo laag mogelijk te houden. Voor een gemiddeld huishouden bedraagt de korting op jaarbasis 3500 x 7,5 = 262,50 euro. Maar die moet ook worden ingezet om de investering te dekken, inclusief administratiekosten van het coöperatief verband of VvE.

Voor de coöperatieve rechtsvorm is de vraag wat exact de voorwaarden gaan worden. Moet een lid zelf ook rechtstreeks eigendom hebben over de zonnepanelen? Of is het voldoende dat er een economisch recht bestaat op de opbrengst, terwijl het eigendom bij de coöperatie zelf ligt? Ik zou ervoor willen pleiten om zo veel mogelijk de weg van het economische eigendom te volgen in plaats van die van het juridische eigendom. Dat sluit ook beter aan op de bestaande praktijk van energiecoöperaties waarbij de coöperatie juridisch eigenaar is van de productiemiddelen en de leden door middel van een kapitaalsbewijs, certificaat of ander juridisch instrument gerechtigd zijn op een deel van de opbrengst van de coöperatie in het algemeen of een specifiek aantal zonnepanelen in het bijzonder. Dat laat ruimte aan de markt, van volledig juridisch eigendom tot alleen een economisch recht. Ook de wijze van organisatie zou niet te eng moeten worden voorgeschreven. Naast de coöperatieve vereniging zijn ook andere samenwerkingsvormen zoals de vof, een maatschap, een nv of bv of een contract denkbaar.

Ook is het zaak dat initiatieven voor grotere zonnecentrales of windparken van de kortingsregeling kunnen profiteren. Denk aan een gemeente, woningcorporatie of ondernemer die zelf een zonnecentrale of windmolen realiseert en vervolgens kleinverbruikers zoekt aan wie een deel van de zonnecentrale of windmolen wordt overgedragen. Een grotere diversiteit aan coöperatieven van kleinverbruikers betekent ook dat meer gebruik zal worden gemaakt van de experimenten die de energietransitie kunnen ondersteunen. Immers, het is zaak dat brede ervaring wordt opgedaan met het gezamenlijk beheer van productiemiddelen, het optimaliseren van aanbod en vraag, het gebruik maken van technieken als opslag en vraagsturing en met distributie in eigen beheer.

Reacties

Copyright 2017 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren