Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

Groeipijn in de energietransitie
Interview met Han Slootweg
Joost Zonneveld

woe 2 oktober 2019
artikel

Onlangs werd duidelijk dat het netbeheerders moeite kost om alle plannen voor de productie van groene stroom in Noordoost Nederland in te passen. Is dit onvermijdelijke groeipijn in de energietransitie? Een interview met Han Slootweg, directeur netstrategie bij netbeheerder Enexis en part-time hoogleraar Smart Grids aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Op sommige plekken in Nederland, met name in Drenthe en Groningen, zijn zoveel plannen voor windparken en zonneweides, dat het voor netbeheerders niet bij te benen is. Het gevolg is dat deze plannen niet kunnen worden gerealiseerd vanwege een gebrek aan netcapaciteit. Hoewel er al jaren gesproken wordt over de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken, lijkt de infrastructuur daar niet klaar voor te zijn. Had dit probleem voorkomen kunnen worden of is het een logisch gevolg van een versnelling in de markt van groene stroom? En waar liggen oplossingen?

Hoe zijn de problemen met de capaciteit van het energienetwerk ontstaan?

“Hier zijn verschillende oorzaken voor. Maar een belangrijke oorzaak is dat de Tweede Kamer enkele jaren geleden heeft besloten dat het bijstoken van biomassa in kolencentrales niet langer in aanmerking zou komen voor subsidie. Men vond dit niet duurzaam genoeg. De forse budgetten die hiervoor waren voorzien, bleven echter beschikbaar. De markt is toen gaan zoeken naar nieuwe manieren om de subsidies te gebruiken. Juist in de laatste paar jaar is daar steeds meer gebruik van gemaakt, maar op een andere manier dan wij hadden gedacht.”

Elektriciteitsleidingen op het platteland

U had de toename van duurzaam opgewekte energie niet zien aankomen?

“Wij hadden dat wel verwacht. Alleen op een andere manier. Zo is de focus sterk komen liggen op zonne-energie, vooral omdat zonneweides in korte tijd aangelegd kunnen worden. Bovendien zijn de prijzen van zonnepanelen in de afgelopen jaren gedaald en de efficiëntie is verbeterd. Wij hebben lang gedacht dat de meeste zonnepanelen op daken geplaatst zouden gaan worden. Dat is immers nutteloze ruimte, waar je verder weinig mee kunt. Voor ons zou dat goed te behappen zijn geweest – want in de gebouwde omgeving ligt immers een elektriciteitsnet. Maar het blijkt inmiddels voor ondernemers in duurzame energie-opwekking rendabeler te zijn om grootschalige projecten te ontwikkelen en daartoe landbouwgrond te kopen of te pachten. Dat hadden wij niet verwacht. Wij hebben ons achteraf gezien verkeken op de complexiteit en de kosten waar die ondernemers mee te maken krijgen als zij zonnepanelen op daken willen plaatsen. Het dak moet geschikt zijn, omwonenden kunnen bezwaar maken, er is een zeker risico van brandgevaar. Kennelijk maakt dit alles het financieel aantrekkelijker om grootschalige, grondgebonden projecten te ontwikkelen dan om op daken aan de slag te gaan, ondanks de bijkomende kosten voor de benodigde grond.”

"Een zonneweide is snel aangelegd, de infrastructuur er naartoe duurt veel langer"

Spelen deze problemen overal?

“De problemen met de netcapaciteit voor groene stroom doen zich nu vooral in Drenthe en Groningen voor. De grond is daar goedkoop en er is veel ruimte. Vanuit het verleden is de capaciteit van het elektriciteitsnet hier echter relatief beperkt, zeker op het platteland. Er is daar niet veel verbruik. Daardoor is de capaciteit van het netwerk niet voldoende om grote volumes aan elektriciteit vanuit het gebied af te voeren naar verbruik op andere locaties, bijvoorbeeld in de Randstad. Als de zonnepanelen op daken hadden gelegen, dan hadden we dit probleem veel minder omdat hier al een elektriciteitsnet is aangelegd. Kortom: de locaties waar zonneweides geplaatst worden houden geen rekening met de bestaande infrastructuur, terwijl wij wel verplicht worden om aansluitingen te verzorgen. Helaas gaat dat niet zo snel. Hetzelfde probleem hebben we met datacenters. Die kunnen binnen een paar jaar gebouwd zijn, maar die vragen evenveel stroom als een middelgrote stad. Het is van belang dat de vraag en het aanbod beter op elkaar afgestemd worden. Het kost nu vaak vijf tot tien jaar voordat het elektriciteitsnet uitgebreid kan worden. Dat heeft met vergunningen en het gehele planologische proces te maken. Een zonneweide kan er binnen een paar kwartalen liggen. Het is dus duidelijk dat dit een mismatch is.”

Het is dus niet een kwestie van een te groot aanbod van zonne-energie in de zomermaanden?

“Dat is op dit moment niet het issue. In de zomer is er veel meer aanbod dan vraag, terwijl dat in de winter andersom is. Het balanceren van productie en verbruik gaat daarom op de middellange termijn een grote rol spelen wanneer de hoeveel duurzaam opgewekte energie verder toeneemt. Maar wij verwachten dat dit de komende jaren nog niet echt een probleem is – en dat alle duurzame elektriciteit die wordt geproduceerd, kan worden ingepast in het elektriciteitsnet. Daarna, richting 2050, wordt het een ander verhaal. Dan zullen we andere technieken in moeten gaan zetten om opgewekte stroom op te slaan. Denk aan waterstof, batterijen en smart grids. Het is nu nog een lokaal probleem, geen probleem voor het energiesysteem als geheel. In Noord-Brabant is voldoende capaciteit voor het invoeren van groene stroom op het elektriciteitsnet. Het punt is echter dat iedereen voor de noordelijke provincies kiest vanwege de beschikbare goedkope grond. Daar zijn plannen om het tienvoudige aan stroom op te wekken van wat lokaal nodig is. Daar is het net niet op berekend. Er zijn forse investeringen nodig. En dat kost tijd.”

Zonne-energie, door middel van zonneweides

Is het niet mogelijk die stroom op te slaan?

“Dat is met de huidige technieken onmogelijk. De batterijen die je nodig zou hebben voor de volumes waar het hier om gaat zijn enorm groot en kostbaar. Dat is echt niet haalbaar.”

Welke mogelijkheden ziet u wel?

“Op korte termijn zie ik twee mogelijkheden. Wettelijk moeten netbeheerders reservemarges aanhouden, je zou dat kunnen zien als een vluchtstrook. Als je van die vluchtstrook een spitsstrook maakt dan scheelt dat dertig procent op de capaciteit. Daarnaast kan nog eens twintig procent winst behaald worden als producenten drie tot vijf procent van hun piekproductie zouden aftoppen. Dat is van belang omdat de capaciteit van het net nu wordt afgestemd op de piekproductie. Het probleem hierbij is wel dat dit aftoppen wettelijk én in contracten met leveranciers geregeld moet worden. En een derde mogelijkheid, die iets meer tijd vraagt, is het versnellen van de al genoemde planologische procedures. In heel Nederland wordt momenteel hard gewerkt aan regionale energiestrategieën (RES). Wij pleiten in die overleggen niet alleen voor het maken van concrete plannen voor energieopwekking, maar ook om meer regie te voeren op de processen voor bestemmingsplannen en vergunningen voor zowel de energieproductie als de infrastructuur, dus voor de hele keten.”

"Opslag van elektriciteit wordt steeds crucialer"

Welke andere grote uitdagingen ziet u als het om de energietransitie gaat?

“Des te meer duurzame energie opgewekt wordt, des te meer zal de vraag gaan spelen hoe we op een goede en betaalbare manier energie op kunnen slaan. Daar liggen serieuze uitdagingen. Als mobiliteit en verwarming steeds meer met stroom plaatsvinden dan vraagt dat veel van de elektriciteitsnetten. Dat geldt vooral voor de gebouwde omgeving. En daar zijn we ook al mee bezig. Waar verwachten we de snelste groei van elektrische auto’s? En wat zijn concrete plannen van gemeenten en vastgoedeigenaren? We hebben al eens een situatie gehad dat een woningcorporatie vergevorderde plannen had om enkele tientallen woningen van het aardgas te halen, maar dat met ons helemaal geen overleg had plaatsgevonden. Het kan niet zo zijn dat er ineens allemaal warmtepompen aangesloten moeten worden en ons gevraagd wordt: ‘waar is hier het stopcontact?’. Als netbeheerder moeten wij ons daar ook op voorbereiden. Dit is leergeld, maar laten we dan ook wel écht lessen trekken.” Daarnaast zullen we met name in de stedelijke omgeving veel meer lokale smart grids moeten gaan ontwikkelen om lokaal opgewekte energie zoveel mogelijk te gebruiken op momenten dat daar vraag naar is. Want dat de vraag naar elektriciteit toe zal nemen is wel zeker. Ook opslag van elektriciteit wordt steeds crucialer. En dan is er ook nog de industrie. Daar ligt ook een enorme opgave want de industrie functioneert nu nog vooral op fossiele brandstoffen. Daar is nog een wereld te winnen, maar die is ook heel spannend. Zo wordt er voor de industrie onder meer nagedacht over technieken die vergelijkbaar zijn met een magnetron om te verwarmen, in plaats van door gas te verbranden.”

Vakbeurs Energie

Tijdens de Vakbeurs Energie die van 8 tot en met 10 oktober 2019 plaatsvindt in de Brabanthallen in Den Bosch, komt de vraag hoe het huidige energienet klaargestoomd kan worden voor de toekomst ook aan bod: hoe ziet dat slimme elektriciteitsnet er uit dat rekening houdt met de verwachte groei en verandering in energievraag en –aanbod? Met meer flexibiliteit kunnen grote pieken en dalen in vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd. Daarnaast wordt tijdens de Vakbeurs Energie aandacht besteed aan andere thema’s die het gehele brede veld van de energiewereld beslaan. Denk daarbij aan warmtenetten, energiebesparing in de gebouwde omgeving, zonne-energie en verduurzaming van de industrie. De beurs is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een onmisbaar platform voor iedereen die serieus met duurzame energieopwekking en energiebesparing bezig is. Dit platform bestaat uit ruim 350 exposanten en partners en vele inhoudelijke sessies

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Energie+ en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren