Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

Nieuwe Wind
Aukje van Bezeij

di 28 mei 2019
artikel

Ze hadden er al lang kunnen staan: coöperatieve windmolens in en rond Amsterdam. Maar de provincie besloot anders. Het was lang wachten: op nieuwe provinciale verkiezingen óf een beslissing van bovenaf. We kregen beide. Amsterdam Wind maakt zich alvast op voor nieuwe tijden.

Over de uitslag van de verkiezingen voor de Provinciale Staten valt nu nog weinig zinnigs te zeggen, maar de opgave die voortkomt uit het Klimaatakkoord laat weinig aan de verbeelding over. In 2030 moeten we in Nederland 35 Terawattuur aan stroom uit duurzame bronnen op land produceren. “Dat kan niet alleen met zon, daar heb je ook wind voor nodig,” zegt Siward Zomer, voorzitter van De Windvogel en directeur van ODE Decentraal.
Zomer zit namens De Windvogel sinds begin dit jaar weer regelmatig aan tafel met vertegenwoordigers van Onze Energie, Zuiderlicht en Amsterdam Energie. Het zijn vier Amsterdamse energiecoöperaties die vier jaar geleden de krachten bundelden en samen Amsterdam Wind oprichtten. Ze maken zich op voor nieuwe tijden. Ze maken nieuwe plannen en stoffen oude plannen af.

Graag in ónze achtertuin

Een voorbeeld van zo’n oud plan is het realiseren van Amsterdamse windmolens bij het NDSM-terrein. Dat plan is zo oud als de film An Inconvenient Truth van Al Gore. Na het zien van die film besloten drie inwoners van Amsterdam Noord, Marcel Gort, Anrik Engelhart en Jeff de Wolf, om in actie te komen. In 2007 richtten ze de energiecoöperatie Onze Energie op. In het begin maakten ze warmtefoto’s en praatten ze over isolatie van woningen, maar al snel kwam ook het plan voor windmolens in de eigen achtertuin. Wilden andere bewoners van Noord dat ook? Gort: “In één dag haalden we 750 handtekeningen op, vóór windmolens. Het leefde.”
Bijval kwam ook van de gemeente: die deed zélf onderzoek naar drie mogelijk geschikte locaties. Het industrieterrein langs de Noordelijke IJ-plas leek de meest ideale plek. In 2010 kreeg Onze Energie het ontwikkelrecht voor zes windmolens.

Wat had gekund

In die tijd begon Zomer als stagiair bij de Windvogel. “De gemeente wilde dertig windmolens bouwen.” Met toenmalig wethouder Maarten van Poelgeest had Zomer gesprekNieuwe Wind ken over het coöperatief maken van de windmolens. “Dat vond hij een geweldig idee. De Gemeenteraad nam zelfs een motie aan van GroenLinks: windturbines moesten bij voorkeur in coöperatieve handen komen. Die windvisie werd unaniem aangenomen. Dan heb je een beeld van wat toen had gekund.”
Wat ging er mis? Zomer: “Het beleid van de provincie.” In 2011 legde de coalitie in NoordHolland vast dat het aantal windturbines op land niet mocht worden uitgebreid. Rondom de verkiezingen in 2015 leefde er hoop op een minder restrictief beleid, in ieder geval voor coöperatieve windmolens, waarvan de inkomsten immers terug zouden vloeien naar de lokale economie.

Klimaatparade in 2016. Foto: Amsterdam Wind

Amsterdam Wind

Onze Energie kreeg versterking. In de eerste plaats van NDSM Energie, een coöperatie van Amsterdamse bedrijven, die maar wat graag mee wilden ontwikkelen op het gebied pal naast het NDSM terrein. Daarnaast zocht Onze Energie contact met drie andere coöperaties. Gort: “Onze Energie had de ontwikkelrechten, De Windvogel had ervaring, Amsterdam Energie en Zuiderlicht hadden al veel leden.” Die vier zogenoemde burgercoöperaties richtten in 2015 samen Amsterdam Wind op.
Amsterdam Wind en NDSM Energie gingen samen naar de gemeente om opnieuw te praten over de ontwikkelrechten voor windmolens aan de IJ-oevers, op een industrieterrein aan de IJ-plas. De partijen kwamen overeen dat bedrijven en burgers, via NDSM Energie en Amsterdam Wind, ieder voor vijftig procent mochten participeren.

Opschudding in Provinciehuis

Samen trokken ze op, naar het Provinciehuis in Haarlem. Op de inspreekavonden waren er ineens meer sprekers vóór windmolens dan tegen. Onder de insprekers waren directe omwonenden, die ze écht in hun achtertuin zouden krijgen. Dat was nieuw. Niet alleen voor de gedeputeerden, maar ook voor de bussen vol tegenstanders, die er uiteraard ook waren. Het verschil was dat zíj problemen hadden met molens waar ze alleen uitzicht op kregen. Terwijl de voorstanders een plan indienden voor windmolens waar ze ook de zeggenschap over kregen, en een deel van de winst.
Het mocht niet baten. De PVV was tegen alle windmolens en de VVD ging daar in mee: “Om de PVV onder de duiven te schieten,” aldus Zomer. De provincie stelde zelf bedachte, bovenwettelijke regels op: regels die veel strenger waren dan de regels van het Rijk. Eén van de regels was dat je, als je een windmolen wilde realiseren, twee oude molens moest afbreken. Startende coöperaties hebben geen oude windmolens en zij moesten daardoor nóg eens vier jaar wachten.

Een gemiste kans

In Limburg ging het anders vertelt Zomer. Daar was de provincie ook geen voorstander van windmolens, ‘maar daar maakten ze een uitzondering voor molens waarvan de revenuen terugvloeiden naar de lokale gemeenschap. Daar zijn nu zes windparken vergund. Die zijn soms voor vijftig, en soms zelfs voor honderd procent in eigendom van de coöperaties.’ Dat leverde niet alleen stroom op, maar ook sterke coöperaties, zegt Zomer: “Die coöperaties hebben een kasstroom voor de komende twintig jaar. Die hoeven nooit meer terug te komen voor subsidie.” “Laten we wind op land over aan commerciële partijen of maken we er lokale initiatieven van?” Zomer: “In Waterland, boven Amsterdam, hadden we kunnen bouwen, in Diemen en aan de Noorder IJ-plas. Als we hier met alle energiecoöperaties een paar windmolens gebouwd hadden, had je nu een stuk of acht, negen coöperaties gehad met en stevige kasstroom, met ontwikkelkracht voor het volgende traject. In plaats daarvan waren we de afgelopen jaren afhankelijk van subsidies om onze broek op te houden. Dat is de omgekeerde wereld. De provincie heeft het ondernemerschap tegengehouden.”

"Laten we wind op land over aan commerciële partijen of maken we er lokale initiatieven van?"

Nieuwe wind

De kiezer heeft opnieuw gestemd voor de provinciale staten. Belangrijker nog is de opgave waar Nederland voor staat, denkt Zomer. “35 Terawattuur op land, dat is het ruimtelijke kader. Dat is de Nederlandse wet. Nu moeten we het hebben over het sociale kader.” Kortom: met wie gaan we dit vormgeven? Laten we wind op land over aan een paar commerciële partijen of maken we er lokale initiatieven van? In het Klimaatakkoord staat dat we moeten streven naar vijftig procent eigenaarschap in de lokale omgeving. Zomer: “Wij zien dat als een ondergrens.”
Of de vloek van de Provincie straks écht is uitgewerkt, zal moeten blijken, maar Amsterdam Wind is alvast wakker gekust. Zomer: “Als energiecoöperaties gaan we ons weer organiseren, we hebben onze intentieverklaring om samen te werken afgestoft. We gaan weer kijken naar het NDSM-terrein en de IJ-plas, maar niet als enige. Er zijn nog genoeg andere plekken waar we aan de slag willen.”

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Energie+ en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren