'Baathebbers' was een nieuw woord voor de meeste aanwezigen tijdens de besloten bijeenkomst voor corporatiebestuurders Samen Sterk in de Opgave, georganiseerd door NRP, RENDA, Stichting Leercirkel RGS, P5COM en Aedes.
‘Baathebbers’ zijn partijen en organisaties die baat hebben bij leefbare wijken met gezonde comfortabele woningen. Met ‘de basis op orde’ worden veel maatschappelijke kosten in de toekomst voorkomen. Tijdens de sessie werden positieve ervaringen gedeeld waaronder een casus in de Randstad waar zorgverzekeraar DSW investeert in stenen. Bram Lipsch van Baston Wonen: “Klopt, dat was een positief inzicht. Bij mij rees direct de vraag of ontwikkelaars dan ook echte baathebbers zijn. Of zijn zij alleen in financiële zin baathebbers? Want die investeren, halen rendement en zijn weer weg. Dus hoe kunnen we van hen echte baathebbers maken?
Al te vaak worden corporaties gezien als ‘afnemers’ en niet als ‘deelnemers’ en dat steekt de aanwezigen. Bij gebiedsontwikkeling waar corporaties vaak van deel uitmaken is het de ontwikkelaar die turn-key woningen oplevert. Renske Zwart van Wywonen voelt er meer voor om zelf te ontwikkelen: “We hebben geen aandeelhouders in onze nek hijgen. We hoeven geen winst te maken. Dat geeft ons een steviger positie waarmee we bovendien onderhandelingsruimte kunnen creëren. Wel heb je zelf een professionele afdeling ontwikkeling nodig. Daar werken we aan”.
Keynote Theo Stauttener van Stadskwadraat worstelt ook met een door cijfers gedreven werkelijkheid: “We leven in een wereld waarin de euro ons enige communicatiemiddel is en dat moeten we zien te doorbreken door andere waarden toe te voegen en/of de zachte waarden in de spreadsheets zichtbaar maken. Concreet betekent dat we een buurthuis verkiezen boven een parkeerplaats”. Stauttener gelooft in het gebied als businessmodel en deelt drie indrukwekkende praktijkvoorbeelden waarbij de vraag hoe krijgen we maatschappelijk geld uit de WMO naar de gebiedsontwikkeling steeds centraal staat. Met het landelijke programma Samen Slim zet het Rijk ook in het verbinden van alle.
Keynote Floor Milikowski, auteur van haar nieuwste boek Contouren van een nieuw land, opende de bijeenkomst met eenzelfde boodschap: “We houden onszelf in de greep met spreadsheets, rekenmodellen, optelsommen en excel waardoor niemand echt stappen zet; we durven de toekomst van Nederland nog niet te omarmen”. Toch geeft haar presentatie hoop. Met een flink aantal praktijkvoorbeelden toont Milikowski aan dat het soms kleine ingrepen zijn die een enorme impact hebben. Bijvoorbeeld meer informele ontmoetingsruimten waardoor er meer cohesie en verbinding ontstaan, een mooie preventieve maatregel tegen eenzaamheid. Voor deze planoloog en sociaal geograaf is de afweging een buurthuis of parkeergarage geen moeilijke maar in een direct financieel gedreven wereld is de uitkomst niet voor iedereen vanzelfsprekend.
Op de thema’s leefbaarheid en duurzaamheid blijkt hoezeer de aanwezige corporatiebestuurders gedreven zijn in hun missie om te investeren in buurtontwikkeling en wijkverbetering. Ze willen co-creëren en de samenwerking verder verdiepen om steeds meer en andere potjes met geld aan elkaar te koppelen. Wel geven de bestuurders aan dat vastgoedmensen vaak traditionele mensen zijn. Wilfried Stribos bestuurder van Arcade Mensen en Wonen: “Wij hebben onze afdeling Wonen verdubbeld en zij zouden leidend moeten zijn in het proces en niet vastgoed maar dat kost veel moeite”. Vastgoedmensen lijken de verduurzaming puur aan het gebouw te koppelen. Leefbaarheid lijkt er naast te staan. Wanneer de leefbaarheid als integraal onderdeel van een nieuwbouwopgave wordt beschouwd blijkt er veel mogelijk, maar bij renovatie blijken het soms ineens 2 aparte dingen te zijn. Folkert Linnemans van Bouwgroep Dijkstra Draisma ziet als grootste dilemma: hoe organiseren we die verandering? Stedenbouwkundige Mary Lou van den Berg gelooft in lijn hiermee dat de verduurzaming echt op wijkniveau moet worden opgepakt, weg van de gebouwen: “Dan kun je veel meer dingen aan elkaar koppelen”. Duurzaamheidsprofessor van Neijnrode University Anke van Hal vult aan: “Je moet creatief zijn en de ruimte in de regels zoeken. Daar zit vaak meer ruimte dan je denkt”.
De bestuurders herkennen zich erin dat de leefbaarheid centraal staat en wonen een grotere rol moet pakken. Lipsch van Baston Wonen: “We vinden het allemaal belangrijk, ook intern maar we zijn zo gewend het vanuit vastgoed aan te vliegen dat hoe hard je ook je best doet om vanuit het wonen perspectief zo’n vraagstuk aan te pakken, dan nog zie je dat vastgoed dominant wordt en financiën leidend. We vallen toch weer terug in traditionele patronen”.
“We moeten denken in maatschappelijke baten en kosten en dat doen we niet”, aldus Stribos. Directeur-bestuurder Gerrolt Ooijman van Stichting Wonion vertelt dat kwaliteit van leven door duurzaam wonen de missie is van zijn organisatie. Dan ga je al meer vanuit leven denken en opent zich een breder blikveld. Dat helpt ons enorm. Concreet betekent het bijvoorbeeld dat onze wijkconsulenten in het vastgoedproject zitten”.
In het gesprek met de experts op het gebied van betaalbaarheid en beschikbaarheid is er veel overeenstemming over de wijze waarop corporaties idealiter samenwerken met partijen als gemeenten en ontwikkelaars. In de huidige situatie worden locaties en soms zelfs wijken veelal ontwikkeld vanuit een samenwerking tussen gemeenten en ontwikkelaars, geregisseerd en gefaciliteerd door de overheid. Elisabeth Boersma van NRP stelt dat woningcorporaties zich hierin ook moeten mengen. “We hebben brede coalities tussen markt, corporaties en overheid nodig die minstens 15 jaar lang in een gebied samenwerken. Hierdoor kunnen veel meer opgaven het hoofd worden geboden en veel meer verbonden en gedeelde businesscases worden gerealiseerd.” Renske Zwart van Wywonen voegt hieraan wel de voorwaarden dat er goede afspraken gemaakt dienen te worden over de financiën en er aandacht is voor het investeren in de relatie.
Gijsbert van Herk, directeur Business Development bij P5COM vertelt hoe hij dit destijds als bestuurder bij Staedion heeft georganiseerd. “Ik heb meerjarige prestatieafspraken gemaakt met het gehele college, dus op verschillende beleidsterreinen.” Zijn advies is de gebiedsontwikkeling over te laten aan partijen die in de stad of regio actief zijn, zoals corporaties. De bestuurders aan tafel zijn het hiermee eens, maar het zal geen makkelijke route zijn. Het vraagt volgens hen van de gemeenten een andere houding; ze zullen meer moeten loslaten, wat voor veel gemeenten nog spannend is. Renske Zwart stelt dat ook het interne denken binnen een corporatie belemmerend kan werken. “We zullen juist gezamenlijk moeten optrekken”.
Over de vraag in hoeverre corporaties meer risicodragend in coalities met markt en overheid dienen te stappen zijn de meningen verdeeld. “We zijn in de sector natuurlijk gewend om primair te denken vanuit risico’s, maar we zouden veel meer moeten redeneren vanuit het doel. Dat hoeft niet persé meer risico te betekenen “, stelt Gijsbert van Herk. Betty Leenders van ELK: “Door ook heel nadrukkelijk naar de mogelijkheden van de bestaande voorraad te kijken, wordt het risico voor de corporatie al een heel stuk lager. Het uitvoeren van een wijkscan biedt bijvoorbeeld inzicht in de mogelijkheden om woningen aan het bestaande bezit toe te voegen.”
De expertmeeting wordt afgesloten met het plaatsen van houten takkenboom. Deze boom staat symbool voor de collectieve ambitie van de bijeenkomst. De aanwezige bestuurders noteren een persoonlijke behoefte én aanbod op een kaartje en hangen deze kaartjes als ‘bladeren’ in de boom. Te lezen valt onder meer: “Verder verdiepen hoe we de opgave betaalbaar te houden”, “Meer delen van succesverhalen van woningbouwcorporaties die samen hebben gewerkt aan innovatieve oplossingen”, “Verder uitwerken van het gebruik van de bestaande voorraad” en “Leefbaarheid meer betrekken bij verduurzaming van woningen en wijken”. Diverse bestuurders geven aan zich met elkaar en met stakeholders zoals ontwikkelaars en gemeenten verder te willen verdiepen in een vervolgbijeenkomst dit najaar.
Reacties