Kennisplatform lokaal duurzaam opgewekt

Een bankiersbonus voor lokale energiecoöperaties
Jan Coen van Elburg

di 27 maart 2018

In de eerste plaats wil ik terugkomen op mijn vorige blog. De meest hartverwarmende reactie kwam van staatsecretaris Stientje van Veldhoven die deze week aankondigde met de gemeenten naar goedkopere parkeertarieven voor het parkeren van schone auto’s te gaan kijken. Niet gedacht dat de blog zo snel op handen werd gedragen, misschien heeft het wel geholpen dat zo velen mij zijn voorgegaan in een betoog met dezelfde strekking. En dat groene mobiliteit, van links tot rechts, support krijgt van de bevolking in de steden. Niet alleen in Amsterdam en Utrecht dus, maar ook in Rotterdam, ook in Den Haag en ook in Zwolle. 

Na dit succes ben ik natuurlijk enthousiast om een ander puntje binnen te halen. Groen rupsje nooit genoegd, excuses daarvoor. We komen aan bij de titel van dit verhaal. Het fenomeen lokale energiecoöperaties is de lezers van Energie+ over het algemeen wel bekend. Organisaties die, merendeel met hulp van een flink aantal vrijwilligers, lokale projecten ontwikkelen en buurtgenoten proberen aan te zetten tot investeringen in zon PV, een spouwmuur een gezamenlijke windmolen enzovoorts.

Sommige energiecoöperaties zijn erin geslaagd een redelijk professioneel team neer te zetten en zijn toe aan opschaling: de zonneweide, een aantal windmolens in de buurt met een participatiestructuur. Kenmerkend voor dergelijke ontwikkelingen is dat de risico’s wat hoger liggen en de vereiste kennis soms niet geheel voorhanden is (effectrapportage, juristerij, complexere financiering). Anders dan de gevestigde partijen hebben coöperaties niet de ruimte om risico’s uit te smeren over meerdere ontwikkelingen, de mate waarin risicodragend geld kan worden opgehaald bij particulieren is ook eindig.

Hier kan wel iets aan gebeuren door ruimte te bieden aan (besturen van) coöperaties om, naarmate een projectontwikkeling concreter wordt, wat gerichte ondersteuning in te kunnen huren. Voor een milieueffectrapportage, voor wat notariële ondersteuning of om te helpen in het gesprek met de banken.

Al enige jaren wordt in opeenvolgende adviesrapporten aangegeven op welke wijze een dergelijke bescheiden ontwikkelfaciliteit (ter grootte van een gemiddelde bankierbonus, 4-8 miljoen, in de vorm van zachte leningen) zou kunnen worden opgezet.  En vervolgen wordt dit door het Rijk vooruit geschoven. Gaan we er nog eens naar kijken. Laten we het nieuwe kabinet er iets van vinden (zwaar punt!), gaan we nog een keer geld uitgeven aan advies. En ondertussen doet de gemeente Winterswijk wat aan ondersteuning van een lokale coöperatie, verzinnen de provincie Limburg en Gelderland nieuwe faciliteiten, heeft de provincie Zuid Holland een subsidiestructuurtje. Allemaal vinden ze opnieuw het wiel uit en doen ze het net anders.

Daarmee maakt het niet zoveel uit hoe professioneel je bent als lokale energiecoöperatie, maar vooral in welke gemeente of provincie je zit en een beetje door een deur kunt met regionale politici. Over het algemeen is de infrastructuur voor de ondersteuning van de wat grotere projecten redelijk voor elkaar. Er zijn regionale energiefondsen, er is een nationale energietransitiefaciliteit. De sector kent de weg tot de middelen die door regio en het Rijk worden aangeboden. We hoeven niet bang te zijn dat coöperaties worden vertroeteld terwijl grotere projecten en bedrijven aan hun lot worden overgelaten. 

Lokale energiecoöperaties hebben bewezen dat zij niet alleen energiedoelstellingen kunnen invullen maar ook van onderop het draagvlak versterken voor ontwikkelingen die onder andere omstandigheden door de bevolking als ‘overval’ worden beschouwd. Sterker, er zijn mensen bij de energietransitie betrokken geraakt op een manier die zij zelf niet hadden kunnen voorzien. Die ontwikkeling mag best wat ruimte krijgen voor opschaling. Zodat het schooltje met zon PV een weide kan worden. Zodat windmolens met draagvlak worden neergezet. Zodat energiecoöperaties die grotere ontwikkelingen willen vormgeven zelf professionaliteit kunnen meebrengen en niet worden overschaduwd door professionele ontwikkelaars die wél geld inbrengen. Een nationale ontwikkelfaciliteit die leningen verschaft om in de ontwikkelfase nog meer lokale initiatieven te laten bloeien is kostentechnisch te overzien en levert veel maatschappelijke meerwaarde. Zo wijzen voorliggende adviezen uit. Tijd voor implementatie!

Reacties

Wilma Paalman-Vloedgraven - 't Overwater Advies 15 mei 2018 09:07

Dat het ook anders kan bewijzen gemeenten als Hof van Twente (Overijssel). Daar betaal je bij zonneparken alleen leges over de constructie. Je betaalt de leges bovendien pas na toekenning van de SDE-subsidie en tot slot heeft de gemeente vastgelegd dat dat je als een SDE-subsidie niet krijgt, je slechts een beperkt bedrag betaald. In tegenstelling tot de OZB is elke gemeente binnen een aantal algemene kaders vrij om haar bouwleges zelf in te richten. Voor wat betreft de OZB zouden we met zijn allen actie moeten voeren om ervoor te zorgen dat de waarderingskamer niet alleen de omvormers en de trafo's als roerend ziet, maar ook de zonnepanelen. Dus ook daar alleen de constructie meenemen. Dat zou al heel veel schelen.

Frank Kouwenhoven - Coöperatie Groen Hart Energie 27 maart 2018 16:23

Een GROOT struikelblok bij het realiseren van zonneweiden zijn de hoge bouwleges die betaald moeten worden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, terwijl niet zeker is of een uitzondering op het geldende bestemmingsplan wordt gehonoreerd. Zo sneven mooie en groteprojecten.

Copyright 2018 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren