Hét kennisnetwerk voor Energietransitie in de wijk

'Verplicht vijftig procent lokaal eigendom doet communistisch aan'
Jan Coen van Elburg

do 12 december 2019

Vijftig procent lokaal eigendom: hoera! Er ging een gejuich op bij lokale energiecoöperaties en vertegenwoordigende organisaties na de presentatie van het klimaatakkoord. Ingekapseld in enigszins omfloerst taalgebruik wordt gesteld dat een evenwichtige eigendomsverdeling gewenst is als het om hernieuwbare energieopwekking gaat. Dat wil zeggen dat in een gebied gestreefd wordt naar 'vijftig procent eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven)'.

Hoera.

Nu ben ik helemaal niet tegen lokaal initiatief en lokaal eigendom. Integendeel. Bij wind op land kan gerust gesteld worden dat ook bij projecten waarbij lokaal eigendom goed geregeld is misschien niet alle handen op elkaar gaan, maar dat lokale participatie zeker bijdraagt aan het draagvlak. Denk aan de ‘dorpsmolens’ in Friesland. Initiatief van lokale coöperaties en de betrokkenheid van lokale ondernemers leidt tot minder rechtszaken, meer delen, meer snelheid. Andersom liggen (wind-) projecten waar de eigendomsverhoudingen schever liggen sneller onder vuur. Flevoland hanteert, door schade en schande wijs geworden, een succesvol model waarbij grondeigendom niet bepalend is voor een positie bij de ontwikkeling van een windpark. Alle grondeigenaren in een gebied kunnen meedoen. Dan is het prettiger om tegen de windoogst van je buurman aan te moeten kijken. In combinatie met een goed model voor participatie van burgers: helemaal goed.

Maar. En deze voelde u aankomen. Er is ook wel een aantal bezwaren aan te wijzen tegen de wat communistisch aandoende ‘vijftig procent’ zoals opgelegd in het Klimaatakkoord.   

Verondersteld dat het vooral gaat om draagvlak en delen, dan valt hiervoor bij windprojecten, met name dicht tegen de gebouwde omgeving aan, wel wat voor te zeggen. Maar als het om zonnepanelen gaat, dan valt er al wat meer nuance aan te brengen. Hebben bewoners van Haarlemmermeer overlast van de zonnepanelen op het terrein van Schiphol? Ik denk dat ze wel wat anders aan hun hoofd hebben. Hebben inwoners van Hardenberg last van een zonnepanelenveld op een braakliggend industrieterrein? Moeten we opleggen dat inwoners van Hagestein kunnen participeren in de nabijgelegen waterkrachtcentrale? Kortom: welk doel is hier gediend?

Dit raakt een tweede, fundamenteler punt. Als overlast de graadmeter is, zijn de inwoners van Borsele dan niet wat misdeeld? Misschien een wat onwaarschijnlijk voorbeeld, maar kernenergie wordt flink gesubsidieerd (afvoer radioactief afval wordt afgewenteld op belastingbetaler). Die impact voor de omgeving is toch behoorlijk wat groter vergeleken met bijvoorbeeld wind of zon? Een duurzame energievoorziening is nu eenmaal decentraal georganiseerd, maar is het wel terecht om ondernemers hier lokaal eigendom op te leggen terwijl dat in andere sectoren niet gebeurt?

Ten derde is het niet altijd terecht dat met duurzame energieopwekking het kip met de gouden eieren wordt binnengehaald. Hoewel er zeker windprojecten met een stevig rendement bestaan, wordt dit aantal minder (denk aan de versobering van de SDE++ regeling) en staat tegenover de successen een aantal gestrande projecten. Immers geen rendement zonder risico. Is ‘de lokale eigenaar’ ook bereid en in staat dit risico te lopen? En is het verstandig om burgers te pushen mee te doen aan risicovolle investeringen?

Geothermie, aquathermie, biomassa en warmte. Hier zijn professionele partijen nodig die risico durven nemen en de expertise en middelen hebben om de energietransitie van de grond te krijgen. Participatie als doel op zich zal de energietransitie remmen of nodeloos duur maken. Betrokkenheid van burgers en ondernemers uit de directe omgeving bij windprojecten op land is prima en afhankelijk van de locatie zelfs essentieel voor het draagvlak. Het ontwikkelen van zonne-energieprojecten door lokale initiatiefnemers die dat aankunnen, ook prima. Maar een algemeen streven naar vijftig procent lokaal eigendom ontkent de complexiteit van de opgave om de energietransitie vorm te geven en de bijbehorende noodzaak om risico te durven lopen.

Heeft iemand de som wel eens gemaakt? Hoeveel particulier geld is er nodig om vijftig procent lokaal eigendom te realiseren? Het gaat om geld dat de gemiddelde burger beter in het eigen huis – van het gas af – kan stoppen. Participatie omwille van draagvlak prima, maar lokaal eigendom als heilige graal beschouwen is onzinnig.

Jan-Coen is werkzaam bij Rebel en schrijft zijn bijdragen op persoonlijke titel.

Reacties

Henk Roosink - Coöperatie op Rozen Facilitair (CORF) 12 december 2019 20:29

Ik denk dat Jan-Coen over het hoofd ziet dat productie groene energie per kWh gesubsidieerd wordt en dat het veel mensen een doorn in het oog is dat met risico arme businesscases veel belastinggeld naar enkele grondeigenaren gaat. Met minimaal 50% eigendom bij lokale mensen, wat mij betreft liefst verenigd in voor iedere inwoner laagdrempelig toegankelijke energiecoöperaties, wordt daar wat aan gedaan. Als een project financieel risicovol is en niet zelf het risicodragende kapitaal bij elkaar weet te brengen, dan krijgen commerciële durfinvesteerders hun kansen wel. Het allermooist is het als leden van coöperaties kunnen profiteren naar rato van de door hen opgebrachte energieheffingen, dus naar rato van hun verbruik. Dat element uit de Regeling Verlaagd Tarief bij collectieve opwek zou breder toegepast kunnen worden.

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren